Op 9 december 2010 zijn wij de trotse ouders geworden van onze derde zoon Bink*. Helaas zal Bink* nooit fysiek deel uit maken van ons gezin omdat hij na een zwangerschapsduur van 14 weken, na een ingeleide bevalling is geboren.

Dolgelukkig waren we, toen we in oktober 2010 een positieve zwangerschapstest in handen hadden. Spannend ook omdat de vorige zwangerschap in juli 2010 eindigde in een miskraam. Ondanks de onzekerheid was het gevoel bij deze zwangerschap goed. We waren dan ook dolblij toen we bij de echo met 9 weken een mooi kloppend hartje zagen.

Drie weken later, tijdens de 12 weken echo, werd de grond echter onder onze voeten weggeslagen. Op de echo was te zien dat het kindje in mijn buik vocht onder de huid had, er was sprake van een zogenaamde hydrops foetalis. Volgens de echoscopiste duidde dit in de meeste gevallen op hartafwijkingen of chromosomale afwijkingen bij het kindje. In enkele gevallen werd het vocht ook veroorzaakt door een infectie en verdween het vocht in de loop van de zwangerschap zonder verdere gevolgen voor de gezondheid van het kindje. Om er zeker van te zijn wat er met ons kindje aan de hand was was verder onderzoek noodzakelijk.

's Middags zaten we met onze verloskundige om de tafel. Zij kon ons ook niet veel meer vertellen maar gelukkig kon ze er wel voor zorgen dat we nog diezelfde middag terecht konden bij de gynaecoloog in het ziekenhuis. Daar werd al onze hoop dat het mee zou vallen teniet gedaan. De gynaecoloog voerde een uitgebreide echo uit en vertelde ons wat zij zag. Het vocht onder de huid, met name bij de hals, met tussenschotjes in het vocht waren typerend voor een kindje met het syndroom van Down. Verder zag de gynaecoloog dat er een slagader naar een van de nieren niet was aangelegd. Bovendien leek er sprake te zijn van een schisis en een hartafwijking, maar dit was door de termijn van 12 weken nog moeilijk te beoordelen. Een vlokkentest zou uitsluitsel geven over de aanwezigheid van een chromosomale afwijking maar de gynaecoloog raadde ons aan om ernstig rekening te houden met een slechte uitslag.

Maandag 29 november zijn we naar het diagnostisch centrum gegaan voor de vlokkentest. Het zien van ons kindje op het scherm van het echo-apparaat was voor mij zo ontzettend emotioneel. Te zien hoe dat kleine mensje dat zo intens gewenst was, in mijn buik rondspartelde terwijl we wisten dat hij waarschijnlijk ernstig gehandicapt was, was zo bitter.
de vlokkentest zelf viel me heel erg tegen. Ik ben al niet dol op naalden in mijn lijf, maar het afnemen van de vlokken is echt pijnlijk. De gynaecoloog brengt een naald tot in de placenta en trekt dan wat placentaweefsel (dat er vlokkerig uitziet, vandaar de naam "vlokkentest") op. omdat de placenta bij mij onder het schaambeen lag moest de gynaecoloog behoorlijk wringen met de naald om de placenta te bereiken. Hij gaf ook aan dat dit erg pijnlijk is.
Na het afnemen van de vlokken keek de gynaecoloog nog even naar ons kindje met de echo, maar ook hij was somber gestemd wat betreft de gezondheid. Ook deze gynaecoloog adviseerde ons uit te gaan van een slechte uitslag. Na ongeveer een week konden we de uitslag verwachten, misschien nog net voor het weekend en anders maaandag.

Op donderdag, net toen ik op het punt stond om Gijs van school te halen, ging de telefoon. Omdat wij niet vaak privé gebeld worden en al helemaal niet met een afgeschermd nummer, vermoedde ik al dat dit de gynaecoloog zou zijn met de uitslag van de test. Omdat ik geen tijd had liet ik de telefoon rinkelen. Even later ging mijn mobiele telefoon, maar ook deze heb ik niet opgenomen omdat ik de uitslag liever niet op het schoolplein te horen kreeg. Thuisgekomen bleek de gynaecoloog mijn voicemail te hebben ingesproken met het verzoek haar even terug te bellen.
Toen ik terugbelde vertelde de gynaecoloog me dat uit de vlokkentest naar voren was gekomen dat ons kindje inderdaad het syndroom van Down had. Het kwam niet meer als een verrassing. Eigenlijk was dit de bevestiging van wat we hadden verwacht en waar we rekening mee hadden gehouden. Nu eindelijk zekerheid te hebben gaf ook een stukje rust.
De gynaecoloog vroeg of we al hadden nagedacht over wat we wilden doen wanneer de uitslag slecht zou zijn. Vanaf het moment dat we het vreselijke nieuws tijdens de 12 weken echo te horen hadden gekregen hadden we veel nagedacht en gepraat over de impact die een zwaar gehandicapt kindje op ons leven en vooral op dat van Gijs en Sil zou hebben. Met pijn in ons hart maar wel overtuigd van de juistheid van onze keuze hadden we besloten om, bij een slechte uitslag, de zwangerschap af te laten breken. Een zo zwaar gehandicapt kindje zou niet alleen ons eigen leven volledig op de kop zetten maar het zou ook betekenen dat Gijs en Sil enorm aan aandacht zouden moeten inboeten. Bovendien zou dit kindje het hele leven afhankelijk van ons blijven en wanneer wij niet meer voor hem zouden kunnen zorgen zou deze verantwoordelijkheid bij Gijs en Sil terecht komen. Dat wilden we niet voor onze twee jongens. Dit vertelde ik de gynaecoloog ook. Zij had alle begrip voor onze beslissing en gaf aan dat ze zou kijken wanneer de ingeleide bevalling zou kunnen worden ingepland.

Donderdag 9 december was het dan zover. Nadat we 's morgens de jongens naar school hadden gebracht en hun logeerspullen bij opa en oma hadden achtergelaten, vertrokken we naar het ziekenhuis. Daar werden we op de kraamafdeling opgevangen en naar onze privékamer gebracht. Dinsdagavond had ik al een tablet ingenomen die de baarmoedermond moest laten verweken. In het ziekenhuis zouden er vaginaal tabletten worden ingebracht die de weeën zouden moeten opwekken. Dit inbrengen van tabletten zou iedere drie uur herhaald worden totdat ons kindje geboren zou worden.
Vrij snel na het inbrengen van de eerste dosis tabletten kreeg ik wat lichte buikpijn, die na verloop van tijd overging in lichte weeën. Rond half 12 braken mijn vliezen en vielen de weeën acuut stil. Gelukkig kwamen de weeën na een half uurtje weer terug en werden ze zelfs sterker. Toen de gynaecoloog rond 1 uur terug kwam om me te controleren en de tweede dosis tabletten te geven waren de weeën zo heftig dat ik ze echt moest opvangen met mijn ademhaling. Ik gaf aan dat ik het idee had dat het bijna zover was en inderdaad, toen de gynaecoloog even wou kijken gaf ze aan dat ik een keer mocht persen. Met één keer persen werd onze Bink* geboren. Ook de placenta kwam een paar minuten later, spontaan los. Dat was een opluchting omdat de gynaecoloog had aangegeven dat de placenta vaak niet los komt en deze alsnog op de OK verwijderd moet worden.

We hadden vantevoren met de verpleegkundige afgesproken dat zij eerst zouden bekijken en omschrijven hoe de baby er uit zag zodat we daarna konden beslissen of we hem ook echt wilden zien. Natuurlijk wilden we dit ook. De verpleegkundige legde Bink* in een schaaltje met een doekje er onder en zo hebben we hem voor het eerst bewonderd. Hij was veel kleiner dan we hadden verwacht, ongeveer 12 cm. Omdat de huid nog heel erg doorschijnend was zag Bink* er erg rood uit, maar dat wisten we al vantevoren. Zo klein als hij was, alles was compleet, een heel klein, ienieminie-mensje. Het vocht onder de huid en de verdikte nekplooi waren wel heel erg goed te zien en voor ons was dit nog een extra bevestiging dat we de juiste beslissing hebben genomen.
We hebben nog een hele tijd naar Bink* zitten kijken en verschillende foto's van hem gemaakt voordat de verpleegkundige hem op ons verzoek meenam.

Omdat de gynaecoloog twijfelde of de placenta helemaal compleet was had ze aan haar collega gevraagd om de placenta ook even te controleren. Ook hij twijfelde en dus werd er om half 4 een echo-apparaat mijn kamer opgereden. Op de echo zag de gynaecoloog al snel dat er toch placenta-weefsel was achtergebleven dus moest ik helaas toch nog nagecuretteerd worden. Het lastige was echter dat ik nadat Bink* was geboren mijn brood en kwark nog had opgegeten. Dat betekende dus dat ik niet onder narcose mocht. De gynaecoloog ging overleggen met de anesthesist en kwam terug met de mededeling dat ik onder ruggeprik gecuretteerd kon worden. Hij had verwacht dat ik erg blij zou zijn met dat nieuws, maar ik ben als de dood voor een ruggeprik en durfde dus eigenlijk niet. Nadat de gynaecoloog en de verpleegkundige even op me hadden ingepraat en de verpleegkundige had aangeboden om de hele operatie bij me te blijven besloot ik toch voor de ruggeprik te gaan. Vrijwel direct daarna kon ik mee naar de OK.
Het zetten van de ruggeprik, waar ik zo ontzettend tegenop zag, viel me 100% mee, maar helaas bleek de ruggeprik niet helemaal te werken. Ik kon voelen dat de gynaecoloog me curetteerde en het deed ook echt pijn. Op zich was de pijn wel te verdragen, maar omdat het me zo overviel kon ik het moeilijk opvangen. Gelukkig duurde de curettage niet lang en nadat de gynaecoloog nog even met de echo had gecontroleerd of mijn baarmoeder ook echt schoon was, werd ik al weer de OK afgereden. Dat was ook het moment waarop even al mijn emoties er uit kwamen. Ik heb zo ontzettend gehuild, ik had mezelf gewoon niet meer in bedwang. Alle spanning en verdriet van de afgelopen weken verlieten op dat moment gierend mijn lichaam. Het was een vreemde ervaring maar het luchtte ook enorm op. De verpleegkundige, die geen seconde van mijn zijde was geweken, heeft me fantastisch opgevangen en getroost. Wat was ik blij dat zij bij me was gebleven.

Terug op de afdeling hebben we Bink* nog even terug op onze kamer laten brengen. Hij lag inmiddels in een mooi rieten mandje, bedekt met het quiltje dat we voor hem hadden uitgezocht. Weer hebben we lange tijd naar ons mannetje zitten kijken en foto's van hem gemaakt en daarna hebben we afscheid van hem genomen. We hebben er uiteindelijk toch voor gekozen om hem door het ziekenhuis, samen met lotgenootjes, te laten cremeren. Dit voelde voor ons beiden goed.

Omdat het nog erg lang duurde voor het gevoel in mijn onderlijf volledig terugkwam besloten we om de nacht in het ziekenhuis te blijven. De volgende ochtend zijn we weer fijn naar huis gegaan waar we 's middags Gijs en Sil weer konden ophalen. Wat een rijkdom om al mijn mannen weer om me heen te hebben. Door het verlies van Bink* realiseer ik me meer dan ooit wat een prachtgezin we al hebben. Ook al zal Bink* nooit fysiek deel uitmaken van ons gezin, in mijn hart is en blijft hij onze dappere, derde zoon.

Vanaf het moment dat we bij de 12 weken echo te horen kregen dat Bink* niet in orde was zijn we in een ware achtbaan van emoties terecht gekomen maar gedurende de gehele rit zijn we enorm gesteund door al onze familieleden en vrienden om ons heen. Zoveel mensen die met ons meeleefden en aan ons dachten, het voelde als een warme deken. Ook de steun, het medeleven en het begrip die we hebben ervaren van het personeel in het ziekenhuis voelde heel erg fijn en het heeft ons erg geholpen om deze moeilijke dag door te komen. Lieve mensen, allemaal enorm bedankt. Jullie steun helpt ons bij het verwerken van het verlies van Bink*.

"Mama, waar is de baby nou?"
"De baby is in de hemel."
"En wat is de baby nou?"
"Ik weet het niet, wat denk jij?"
"Ik denk een sterretje of een engeltje..... waarschijnlijk een engeltje want die zijn klein, net als kleine babies."
"ik denk dat je gelijk hebt lieverd, de baby is nu een mooi klein engeltje in de hemel"

Dag lieve kleine engel Bink*. Rust zacht.